Hinke Schreuders
10 april 2009

Alle conventies rond porno werden in het beeld genuanceerd. Het blijkt een thema waar Hinke Schreuders vaker mee speelt. Vrouwsbeelden die aan conventies zijn gebonden krijgen een draai. Rolmodellen komen in een staat van flux, zonder waarde-oordeel. Het borduren is zowel een magisch middel als een techniek vol associaties (met name dat van de brave vrouw dat gedwee haar ‘schone werk’ doet). Bij Schreuders is die brave vrouw echter allerminst braaf; of is de braafheid geen straf. Met regelmaat grijpt de kunstenares terug op het sprookje Roodkapje. In een oude moraliserende versie staat Roodkapje symbool voor de gevaren die zich op het pad (des levens) door het bos kunnen voordoen: ‘Little girls, this seems to say, never stop upon your way. Never trust a stranger-friend; no one knows how it will end. As you’re pretty, so be wise: wolves may lurk in every guise’ . De wolf als ultieme verleider. Maar vindt Roodkapje het wel erg om van haar paadje af te dwalen? Seksueel zelfbewustzijn en onschuld duelleren met elkaar in voorstellingen die zowel heel expliciet als mystificerend zijn. Voor ‘Wonderland’ toont Hinke Schreuders het decor van Roodkapje: de hut en het ‘paadje’. Het is een extreem uitvergroot borduurwerk van vlijtig handwerk dat een suggestief toneel wordt. She sang so sweetly that a nearby dove flew down from his tree and followed her. Now, it happened that a wolf - a very cruel, greedy creature - also heard her as she passed…




