Opleiding
Victorian College of the Arts, Melbourne
Recente tentoonstellingen
2009 Tier-Werden, Mensch-Werden, NGBK, Berlijn
2008 Contemporary Australia: Optimism, Queensland Art Gallery
2007 Hug: Recent Work by Patricia Piccinini, Frye Art Museum, Seattle (solo)
Fragment catalogustekst (Robbert Roos)
Patricia Piccinini creëert bijvoorbeeld levensechte figuren die tussen mens, beest en knaagdier in hangen. Het zijn metamorfoses, als toekomstbeelden van doorgeëvolueerde mensdieren. De beesten-met-menselijke-trekken worden vaak getoond in combinatie met 'echte' mensen, alsof het één vanzelfsprekende hybride fauna is. Daarvan getuigen ook 'Big Mother' en 'The Long Awaited' in de expositie. Moeder en baby, jongetje en grootvader, maar dan buiten de orde der gekende dingen.
Aanvullende informatie
(2) fragmenten: ‘Zoals in al haar werk treedt Piccinini op als schepper die de evolutie een zetje geeft. Ze ontwierp deze levensvorm op haar computer en liet hem vervolgens door haar team in drie dimensies vertalen, om legitieme redenen.’
‘PP werd opgeleid als schilder en begon haar artistieke loopbaan met het tekenen van anatomische collecties waarbij ze het inwendige lichaam bestudeerde. Ze volgt wetenschappelijke ontwikkelingen op de voet en in 1994 toen met begon met het in kaart brengen van het menselijk genoom, lanceerde ze ‘lumps’ (Lifeforms with Unevolved Mutant Properties). ‘Ik vroeg me af of we in de toekomst onze kinderen zullen vormgeven en zo ja hoe die eruit zouden gaan zien. Op de computer maakte in geënsceneerde foto’s van ‘designbaby’s’: intelligent, ziekteresistent, langlevend, maar onmenselijk’. PP was geschokt toen ze in 1997 een muis op televisie zag met een menselijk oor dat op zijn rug groeide, het eerste voorbeeld van weefsel-engineering.
PP: ‘Mensen hebben de natuur altijd naar hun hand gezet, maar de schaal waarop is veranderd en men kan nu ook verschillende soorten met elkaar laten muteren. De grens tussen mens en dier is vloeibaar geworden, mar wat zijn de ethische gevolgen?’
PP oordeelt niet, maar haar levensechte wezens herinneren ons aan onze verantwoordelijkheid. Deze nieuwe, jonge wezens vragen om zorg . . .’

