• MAESTRO VAN WITTEL - Hollandse meester van het Italiaanse stadsgezicht
  • 2019-01-26T00:00:00+01:00
  • 2019-05-05T23:59:59+02:00
  • Caspar van Wittel (1653-1736) werd geboren in Amersfoort, verhuisde rond 1673 naar Italië, verwierf daar naam en faam en keerde niet meer terug naar Nederland. Tegenwoordig bevindt het overgrote deel van zijn oeuvre zich in Italiaanse, Engelse en Spaanse collecties. Met de tentoonstelling 'MAESTRO VAN WITTEL – Hollandse meester van het Italiaanse stadsgezicht’ eren Museum Flehite en Kunsthal KAdE deze in Nederland vrijwel onbekende meester met een groot retrospectief.

Kunsthal KAdE en Museum Flehite laten Nederland kennis maken met een wereldberoemde Hollandse meester die in thuisland Nederland bij velen onbekend bleef.

Caspar Adriaensz. van Wittel (1653-1736), ofwel Gaspare Vanvitelli, werd geroemd en geëerd in zijn tweede vaderland Italië. Hij schilderde in de zeventiende en achttiende eeuw Rome, Napels en Venetië tot in de kleinste details en beïnvloedde beroemde Italiaanse schilders van stadsgezichten als Canaletto en Bellotto. Van Wittel werd geboren in Amersfoort, vertrok rond 1673 naar Italië, verwierf daar naam en faam en keerde niet meer terug naar zijn geboorteland. Tegenwoordig bevindt het overgrote deel van zijn oeuvre zich in Italiaanse, Engelse en Spaanse collecties. In Nederland bevinden zich slechts enkele tekeningen en één gouache: ‘Gezicht op Amersfoort’ in Museum Flehite. Met de tentoonstelling Maestro Van Wittel – Hollandse meester van het Italiaanse stadsgezicht eren Museum Flehite en Kunsthal KAdE van 26 januari tot en met 5 mei deze in Nederland vrijwel onbekende meester met een groot retrospectief. Het plaatst zijn omvangrijke oeuvre in de context van zijn Nederlandse leerperiode en zijn invloed op de latere Italiaanse vedutisten.

Robbert Roos, directeur Kunsthal KAdE: “Het voelt alsof er een vergeten zoon terugkeert in Amersfoort.”

Canon van de Nederlandse kunstgeschiedenis
In de tentoonstelling in Kunsthal KAdE komt het hele verhaal ‘Van Wittel’ aan bod. De plekken die hij schilderde, de stijl die hij ontwikkelde, zijn Nederlandse wortels, zijn adellijke opdrachtgevers en zijn onmiskenbare invloed in Italië. Met dit retrospectief willen Museum Flehite en Kunsthal KAdE Caspar van Wittel, Gaspare Vanvitelli, zijn plek in de canon van de Nederlandse kunstgeschiedenis geven, als maestro van het (Italiaanse) stadsgezicht.

Caspar van Wittel, Stadsgezicht op Amersfoort, ca. 1712, gouache op vellum op paneel, 27,5 x 48 cm, Museum Flehite, Amersfoort

Een hedendaags perspectief
In het kader van de tentoonstelling is de Rotterdamse fotograaf Hans Wilschut gevraagd om, in het spoor van Caspar van Wittel, een aantal van de plekken in Rome, Napels, Venetië en Amersfoort te fotograferen die Van Wittel veelvuldig vastlegde. Hans Wilschut maakt ook onderdeel uit van de tentoonstelling Stadsbeelden in Museum Flehite die van 9 februari tot en met 19 mei te zien is. 

Nederlandse periode
Caspar van Wittel was een leerling van Matthias Withoos, die op zijn beurt was opgeleid op de schilderschool van Jacob van Campen op het landgoed Randenbroek in Amersfoort. Het topstuk van Withoos is zijn Gezicht op Amersfoort - een opdracht in 1671 van het toenmalige stadsbestuur -, geschilderd in de tijd dat Van Wittel bij hem in opleiding was, zodat het mogelijk is dat de jonge leerling – hij was toen 16, 17 jaar oud – er aan meewerkte. Samen met Withoos trok Van Wittel in 1672 naar Hoorn. Hij kwam zo dicht in de buurt te wonen van de schilders Jan van der Heyden en Gerrit Berckheyde, die in Amsterdam en Haarlem een ‘zuivere’ registratie van het stadsbeeld ontwikkelden. Deze ‘Hollandse’ manier van schilderen klinkt door in het werk van Van Wittel.

Caspar van Wittel, Gezicht op Rome met Piazza del Popolo, 1718, olieverf op doek, 56 x 109 cm, Intesa Sanpaolo Collection Gallerie di Palazzo Zevallos Stigliano, Naples

Uitvinder van het Italiaanse stadsgezicht
In gezelschap van een andere jonge schilder - Jacob van Staverden - reist Van Wittel rond 1673 naar Rome. Daar komt hij terecht in de Nederlandse ‘schildersbent’ van de Bentvueghels, een groep die in de eeuwige stad al decennia lang een kunstenaarskolonie vormt. Hij leerde daar het werk van Lieven Cruyl en Abraham Genoels kennen, die topografische tekeningen van de stad maakten. Hij komt ook in contact met Cornelis Meyer, een werktuigbouwkundige die een opdracht bij de Paus probeert te bemachtigen om waterwerken langs de Tiber te realiseren. Hij vraagt de jonge Caspar – inmiddels midden twintig – om te assisteren bij de illustraties voor het manuscript. Een van de motieven die Van Wittel tekende is Piazza del Popolo, het plein waar Van Wittel vanuit het noorden arriveerde in Rome. Uiteindelijk zou hij dit pleinzicht zo’n vijftien keer in zijn carrière schilderen, steeds vanuit dezelfde hoek.

Vanaf dat moment (circa 1680) begon Van Wittel ook andere plekken in Rome met zijn kenmerkende precisie vast te leggen: de Tiber met zijn bruggen en de Engelenburcht op de oever, het Piazza Navona, het Colosseum, het Sint Pietersplein, de Quirinaal, de Villa Borghese, kerken, straten, kleinere pleinen. Ook deze composities herhaalde hij vaak diverse malen, werkend vanuit één basistekening. Vanuit Rome trok hij naar Napels, naar het platteland rond Rome (Tivoli), naar Florence en naar Venetië. In de lagunestad legde hij het zicht op San Marco en het Dogenpaleis vanaf het water vast. Hij schilderde de majestueuze kerk La Salute aan het begin van de Canal Grande. Inmiddels is dat standaard repertoire in de Venetiaanse stadschilderkunst, maar Van Wittel schilderde het voor het eerst.

Caspar van Wittel, Gezicht op Rome met de Engelenburcht, datering onbekend, olieverf op doek, 53 x 111,2 cm, Musée des Beaux-Arts, Rouen

Van Wittel inspireert Canaletto
Rond 1719 was de jonge Venetiaanse schilder Antonio Canal in Rome om daar samen met zijn vader een aantal decorstukken te schilderen. Het is zeer waarschijnlijk dat hij in die periode Van Wittel heeft ontmoet en een aantal van diens Venetiaanse stadsgezichten heeft gezien. Geïnspireerd legt Canal, die al snel Canaletto werd genoemd, zich helemaal toe op dit onderwerp. In die tijd nam de Grand Tour – een ‘opvoedingsreis’ voor jonge adel – een grote vlucht en Canaletto werd samen met zijn neef Bernardo Bellotto dé schilder van Venetiaanse stadsgezichten, die gretig werden afgenomen door de reizigers. Ook daarin wees Van Wittel overigens de weg, want die had toen al diverse grand tour reizigers – onder wie Thomas Coke – van dit soort ‘ansichten’ voorzien. Coke bouwde bij terugkomst in Engeland Holkham Hall in het noorden van Norfolk, mede geïnspireerd op zijn Italiaanse reis en het werk van de architect Palladio.

Van Wittel ontwikkelde vanaf zijn aankomst in Rome een uitgebreid netwerk van opdrachtgevers: adellijke Romeinse families als Sacchetti en Colonna – in wiens paleizen hij soms ook woonde -, maar ook de Spaanse edelman Medinaceli, die in Rome verbleef als ambassadeur, in 1696 onderkoning van Napels werd en in totaal 35 schilderijen bij Van Wittel bestelde, voornamelijk gezichten op en om Napels.

Fotograaf Wilschut treedt in Van Wittels voetsporen
In het kader van de tentoonstelling is de Rotterdamse fotograaf Hans Wilschut gevraagd om in het spoor van Caspar van Wittel een aantal van de plekken in Rome, Napels, Venetië en Amersfoort te fotograferen die Van Wittel veelvuldig vastlegde. Sommige van die plekken zijn in essentie hetzelfde gebleven, een aantal is volledig getransformeerd. Zoals Van Wittel graag het toentertijd hedendaagse stadsgewoel in zijn stadsgezichten opnam, zal Wilschut de mens van nu in de iconische settings laten zien.

Hans Wilschut maakt ook onderdeel uit van een tentoonstelling Stadsbeelden in Museum Flehite die van 9 februari tot en met 19 mei te zien is. De overige deelnemende kunstenaars worden in de loop van het najaar bekend.

Werken uit internationale collecties in Amersfoort
In de tentoonstelling komen circa 45 schilderijen en gouaches en circa 30 tekeningen van Van Wittel uit Italiaanse, Engelse, Spaanse, Duitse en Franse collecties. Daarnaast zijn er circa 30 schilderijen en tekeningen van Hollandse en Italiaanse meesters.

Rond de tentoonstelling wordt een randprogramma opgezet in samenwerking met de Vrienden van Van Wittel. Bij Bekking & Blitz verschijnt een Nederlandstalige en Engelstalige catalogus. Het is voor het eerst dat in deze talen een monografisch boek over de kunstenaar verschijnt.

De tentoonstelling MAESTRO VAN WITTEL – Hollandse meester van het Italiaanse stadsgezicht is mogelijk dankzij de genereuze steun van: de Gemeente Amersfoort, de Turing Foundation, het Mondriaan Fonds, Fonds 21 en het Ministerie van OCW.