Kunsthal KAdE toont vanaf mei 2025 een dubbelsolo: Mella Jaarsma: Trouble Skirts en Roy Villevoye: Imaginable Lives. Beide kunstenaars hebben een ruim 30-jarig oeuvre en zijn op verschillende wijzen verbonden aan de Indonesische archipel. Jaarsma woont en werkt er al veertig jaar en onderzoekt culturele diversiteit en identiteit via thema’s als het lichaam en de bedekking daarvan en de rol van voedsel (consumptie en productie). Villevoye reist sinds begin jaren negentig vaak naar de Asmat in Papoea, heeft daar een zeer persoonlijke band opgebouwd met de gemeenschap en reflecteert in zijn werk op die ontmoetingen en ervaringen. Beide kunstenaars creëren dialogen tussen verschillende culturen en dagen de toeschouwer uit om kritisch te kijken naar hoe ‘de ander’ wordt gedefinieerd en waargenomen. Bij deze tentoonstelling verschenen de publicaties Roy Villevoye – Imaginable Lives en Mella Jaarsma – Trouble Skirts.
Mella Jaarsma: Trouble Skirts
Mella Jaarsma verhuisde halverwege de jaren tachtig vanuit Nederland naar Jakarta om te studeren en vestigde zich vervolgens in Yogyakarta, waar ze sindsdien woont en werkt.
In haar werk komt haar dagelijkse omgeving terug, zowel in haar onderwerpen, technieken en materialen. Ze werkt vaak met natuurlijke materialen, zoals boombast, dierenhuiden, palmvezels, kokosnootschillen, maar ook met industriële objecten, gevonden objecten en textiel. Vanuit haar eigen dubbele culturele achtergrond verkent Jaarsma met haar kostuums, installaties en performances de verschillende lagen van de samenleving en hoe we onszelf zien ten opzichte van de wereld en van elkaar. Door samen te werken met verschillende gemeenschappen, vooral in Indonesië maar ook daarbuiten, verweeft ze diverse (historische) perspectieven en biedt ze een kritische kijk op cultuur, identiteit en macht.
Met haar kostuums, installaties en performances bevraagt Jaarsma de relatie tussen mens en natuur en de dominanties waarin de mens centraal staat en geschiedenis vaak door ‘de machthebbers’ wordt geschreven. Haar kostuums functioneren als een tweede huid, die niet alleen gedragen kan worden, maar ook iets uitdraagt. Het lichaam is in haar werk nooit op zichzelf staand, maar verbonden met lagen van individualiteit, cultuur en ideologie. Jaarsma nodigt toeschouwers uit hun eigen culturele achtergrond, taboes en interpretaties te verkennen. Curator Alia Swastika schrijft in haar artikel ‘Experiencing The Body And History, Heeding Feelings And Senses’(2023): ‘Veel van Mella’s kunstwerken onderzoeken de rol van kleding, lichaamsbedekking of bescherming in sociale en culturele contexten. Ze legt hierbij verbanden met historische gebeurtenissen die zich afspeelden toen het werk werd gemaakt, en toont hoe ze als kunstenaar speelt met fantasie en haar verbeelding bij het interpreteren van verschillende identiteiten. Haar werk bevat vaak rijke metaforen, waarbij materialen niet alleen als tekst en context worden gebruikt, maar ook als esthetische keuzes, media en symbolen die bijdragen aan ons collectieve geheugen’.
In 1988 richtte Jaarsma, samen met Nindityo Adipurnomo, het Cemeti Institute for Art & Society op, een van de eerste hedendaagse kunstruimtes in Indonesië, dat is uitgegroeid tot een belangrijk platform voor kunstenaars, curatoren en schrijvers, zowel lokaal als internationaal.
Roy Villevoye: Imaginable Lives
Roy Villevoye begon in de jaren negentig met het maken van abstracte schilderijen waarin primaire kleuren werden gecombineerd met ‘huidskleuren’, aanvankelijk alleen met verf en schmink, later ook met fotografie. Na de eerste bezoeken aan het Asmat-gebied in Papoea, begon Villevoye met fotografie en videowerken te reflecteren op de specifieke condities van het gebied, de sociale structuren en de voor hem – deels ongrijpbare – culturele tradities van de gemeenschap. Dit mondde uiteindelijk uit in (realistische) beelden van zowel Papoea’s als allerhande andere figuren mensen. Villevoye ziet deze beelden als re-enactments, het vastleggen van een beleefde ervaring met de persoon in kwestie.
Villevoye is de outsider. Hij participeert in de gemeenschap, zoekt het onbekende en onzekere bewust op, zet zichzelf in de waagschaal – fysiek en mentaal – en vertaalt dat in beeld, zowel op het platte vlak als driedimensionaal en in video. Het zijn echo’s van de werkelijkheid – readymades, ook als het fotografie is – met geen ander doel dan door te dringen tot de essentie van intermenselijk contact. Of zoals Ine Gevers in haar tekst voor de catalogus schrijft: ‘(…) het verwijzen naar de onderliggende levenskracht in het leven van zijn Asmat-vrienden en hoe zich dat verknoopte met dat van hem. Dit ondanks de grote culturele verschillen en alle omstandigheden overstijgend. De band tussen deze mensen onderling, en de gastvrijheid die ze Roy boden om aan hun gemeenschap deel te nemen, om er onderdeel van uit te maken en om zo te voelen wat mens-zijn kon betekenen, was groter dan elke herkenbare diversiteit.’
Villevoye is zich bewust van de problematische geschiedenis van het tentoonstellen van mensen als objecten in de 19e en 20e eeuw. Zijn sculpturen zijn dan ook geen representaties van bepaalde stereotypes, maar portretten van gelijkwaardige individuen – met naam en toenaam, van mensen die lang niet ‘gezien’ werden – waarmee de kunstenaar persoonlijke relaties aangaat om vanuit de dynamiek van die relatie tot zijn werk te komen. De kunstenaar zoekt hiervoor bewust de vermenging van zijn persoonlijke (leef)wereld met die van de Asmat op.
De tentoonstelling past in een reeks ‘dubbelsolo’s’ die Kunsthal KAdE sinds 2011 heeft samengesteld. In 2011 waren het Francis Upritchard & Ansel Krut, in 2016 David Altmejd & Friedrich Kunath en in 2021 Natasja Kensmil & Sadik Kwaish Alfraji.



